Eindelijk vakantie en dat betekent in het geval van Henk en mij dat we er op uit trekken.

 

Deze dinsdag voor de Bergse Krabbenfoor trokken we België in. Eerst zorgden we dat we Brussel voorbij waren om dan weer de binnenweggetjes te nemen. De tomtom zou ons naar Mons leiden. Onderweg kwamen we door Halle. De toren van de kerk, eigenlijk moet je basiliek zeggen, riep ons al van verre tot haar.

 

Halle bestaat al sinds de ijzertijd, daar er voldoende potten en scherven uit de 4e en 5e eeuw voor Christus gevonden werden. Als dorpje wordt het al genoemd in geschriften sinds 1152 als men het heeft over 'Hallensis'.  Momenteel is het de hoofdstad van het kanton Halle, is het gelegen in de Zennevallei aan de rand van Pajottenland. In 1225 worden er 'stedelijke vrijheden' vergeven aan Halle door niemand minder dan Johanna van Constantinopel.

 

Het marktplein is gezellig maar ook imposant met aan de ene kant het stadhuis in Vlaamse Renaissance stijl uit 1616 en aan de andere kant de gotische Sint Martinuskerk, of wel basiliek sinds 1947. Met name die basiliek is beslist de moeite van het bezoeken waard. Het schijnt dat in 727 de heilige Hubertus (Bisschop van Tongeren en Luik en de beschermheilige van de jagers) op deze locatie al een kerkje gesticht heeft. In 1286 is er sprake van een Mariakapel die behoorlijk wat aanzien heeft onder de groeiende bevolking en stoet bedevaarders omdat men hier het geschonken beeld van Onze-Lieve-Vrouw komt bewonderen. Ondertussen sterven mensen van adel en worden die begraven in Halle. Het geeft steeds meer luister aan de kerk die steeds groter wordt. De basiliek die je nu bezoekt is indrukwekkend en vangt je blik telkens weer op een ander punt. Er is veel in deze kerk te zien die bovendien wonderbaarlijk licht van binnen is en prachtige glas-in-lood ramen bevat.

 

De parkeerplaats is vlak in de buurt en de terrasjes ook, dus strijk eens neer in dit leuke centrum